Eerst kopen, dan weggooien: geplande veroudering en wat erachter zit

© Fevziie – adobe.stock.com

Heb jij je al eens aan je mobiel geërgerd? Omdat de accu opeens niet meer oplaadt? Of over de wasmachine die eigenlijk nog niet oud genoeg is om al de geest te geven? Zou er geplande slijtage achter kunnen zitten? Dat wil zeggen: slijtage die door de producenten is gepland. Dit belangrijke onderwerp gaan we onderzoeken.

Met de uitdrukking ‘geplande veroudering’ wordt bedoeld dat producten of onderdelen daarvan van mindere kwaliteit zijn, zodat ze bewust eerder dan verwacht verouderen. Dat kan een mechanisme zijn waarbij je ervan uit mag gaan dat het al voortijdig schade zal oplopen. Het kan echter ook gaan om een breekpunt of om een geprogrammeerde voortijdige uitschakeling van een apparaat. Ook als de techniek te snel verouderd, een apparaat na een paar jaar niet meer compatibel is, de reparatie niet meer loont of helemaal niet meer mogelijk is, is er sprake van geplande veroudering. De verschillende categorieën zijn niet duidelijk van elkaar te onderscheiden – de scheidslijn is vloeiend. Hieronder volgen de drie belangrijkste.

© Anatoliy Karlyuk – stock.adobe.com

Soorten van veroudering

Technische veroudering

De levensduur van apparaten kan worden gereguleerd door de kwaliteit van de materialen en technische onderdelen. Er is sprake van technische veroudering als een apparaat niet meer werkt, omdat een onderdeel kapotgaat en niet meer kan worden gerepareerd, of als het specifieke onderdeel niet meer leverbaar is. Een goed voorbeeld van de voortijdige slijtage van een onderdeel is de vast ingebouwde accu van een mobiel die na twee jaar snel minder gaat presteren. Een ander voorbeeld zijn printers die ermee uitscheiden zodra de garantie is verlopen. Veel apparaten zou je in theorie nog kunnen laten repareren, maar de kosten zijn zo hoog dat het in de praktijk meer loont om een nieuwe te kopen.

© AgusCami – stock.adobe.com

Functionele veroudering

Als de software van een apparaat niet langer door de producent wordt ondersteund, dan is het apparaat vaak onbruikbaar. Dat kan gebeuren als er opeens geen driver meer beschikbaar is voor een printer die kort daarvoor nog prima werkte – dan reageert hij onder het nieuwe besturingssysteem gewoon niet meer. Maar ook het besturingssysteem zelf kan onbruikbaar worden als er geen actuele beveiligingsupdates meer worden geboden.

Nieuwe versies van software of apps maken de oude vaak onbruikbaar. Het kan echter ook voorkomen dat de bestandsformaten van twee verschillende softwareversies niet meer compatibel zijn, zodat de gebruiker ertoe gedwongen wordt om voor de nieuwe versie te kiezen.

Ook een sprong in de technologie is een voorbeeld van functionele veroudering: het bedrijf Apple introduceerde voor zijn computers bijvoorbeeld in tegenstelling tot de gangbare USB-aansluitingen zogenaamde Firewire-aansluitingen. Die overigens niet lang de standaard bleven, want ze werden opgevolgd door de Thunderbolt-aansluitingen. Het gevolg was niet alleen kabels die moesten worden vervangen: de gebruikers waren genoodzaakt om nieuwe apparaten aan te schaffen die beschikten over de nieuwe aansluitingen.

© Scanrail – stock.adobe.com

Psychologische veroudering

Bij dit soort veroudering spelen wij als kopers een rol. Want hier gaat het erom dat wij die nieuwe, trendy mobiel willen hebben die net op de markt is gebracht.

Velen kunnen de verleiding niet weerstaan, en dat niet alleen omdat ze graag iets nieuws willen proberen en de afwisseling leuk vinden. Vaak zit er groepsdruk achter: wie een oude smartphone heeft, gaat niet met de tijd mee, is out, wordt soms niet door zijn sociale omgeving geaccepteerd – zoals dat vaak het geval is bij tieners of jongvolwassenen. En dat terwijl het nieuwe apparaat maar een paar extra functies heeft of alleen iets chiquer vormgegeven is zijn voorganger. Desondanks krijgen we daardoor het gevoel: ik ben cool; ik hoor erbij.

© Scanrail – stock.adobe

Apple is een waar grootmeester in de psychologische veroudering. We weten allemaal dat er een regelrechte hype bestaat rondom nieuwe smartphones. Het slimme eraan is dat de kleurstellingen van smartphones steeds weer veranderen, waardoor oudere modellen voor kenners direct te herkennen zijn.

Voorbeelden die je misschien bekend voorkomen

Hè, wat is er met de luidspreker aan de hand?

Misschien heb je thuis een oudere behuizing met een zogeheten soft-touch oppervlak, bijvoorbeeld bij een stereo-installatie, een luidspreker, een camera of een afstandsbediening. Na een tijd beginnen deze oppervlakken van zachte kunststof te kleven, ze trekken stof en dierenhaar aan. Het is te vies om vast te pakken, waardoor ze voortijdig worden weggegooid. De onaangename eigenschap ligt vermoedelijk aan de weekmakers in het materiaal die na verloop van tijd verdampen.

Niet nog een keer iets van dit merk

Of heb je misschien ooit een flatscreen-tv gehad die het maar een paar jaar deed? Vaak is het bij moderne televisies zo dat gevoelige onderdelen, bijvoorbeeld condensatoren, in de buurt van voedingsonderdelen worden gemonteerd die heel veel warmte afgeven. Dat houden ze niet lang vol en door de oververhitting scheiden ze ermee uit. Vaak zijn de reserveonderdelen niet verkrijgbaar op de vrije markt. De televisie zou door een professional moeten worden gerepareerd, wat gepaard gaat met hoge kosten, hoewel het onderdeel zelf nauwelijks iets kost.

© Robert Kneschke – stock.adobe.com

Een zeer spectaculair geval schets de ‘Stiftung Warentest’ (Duitse consumentenorganisatie): de televisie van een consument deed het na drie jaar gewoon niet meer. Dat was weliswaar snel, maar aanvankelijk misschien geen probleem. De man nam contact op met Philips om het onderdeel te bestellen dat moest worden vervangen. Dat was echter niet meer verkrijgbaar, aldus het bedrijf. Alleen wel heel vervelend, omdat hij bijna drieduizend euro voor het toestel had betaald. De enige optie die overbleef, was om het toestel naar de stort te brengen – en de daarmee gepaard gaande kosten te betalen. Nooit meer een Philips, zei de gepensioneerde, wiens vertrouwen in het bedrijf beschadigd was.

Byebye, accu

Accu’s gaan niet eeuwig mee, of het nu gaat om de accu van een smartphone, elektrische tandenborstel of laptop. Om precies te zijn, gaat een mobiel ongeveer 500 laadcycli mee. Dat is ongeveer twee jaar. Ze lopen dus net op dat moment sneller leeg, wanneer het abonnement bij de provider afloopt. Toeval?

Maar ook dit zou op zich geen drama zijn – als je tenminste zelf de accu zou kunnen vervangen, zoals dat vroeger nog gebruikelijk was. Tegenwoordig is het een dure aangelegenheid om de accu te vervangen en is het niet de moeite waard. Waar komen die apparaten daarna terecht? Je raadt het waarschijnlijk zelf al.

Ik print nooit meer iets!

Ooit, meestal op het moment dat je het niet kunt gebruiken, houdt de printer ermee op, hoewel er de vorige dag nog geen vuiltje aan de lucht was. De reden daarvoor is in veel gevallen de teller die dient als beveiliging voor de ‘waste-ink-pad’: als een bepaald aantal pagina’s is geprint, is het gedaan, hoewel het apparaat op zich nog prima werkt.

Wat nog meer?

In camera’s worden vaak tandwieltjes van plastic verwerkt, die veel sneller slijten dan andere exemplaren die aanzienlijk langer meegaan en maar een fractie meer zouden kosten.

Schoenen zijn vaak voorzien van kunststof zolen die veel sneller verslijten. Ook hier zou het voor producenten heel eenvoudig zijn om ze te vervangen door varianten met een langere levensduur. Een reparatie is vaak niet mogelijk, omdat ook de rest van de schoen van mindere kwaliteit is. Bij sportschoenen is het nog schrijnender: ze worden doorgaans gevulkaniseerd, waardoor het sowieso onmogelijk is om de schoenen te verzolen.

© Ralf Geithe – stock.adobe.com

Behalve de accu hebben laptops nog andere zwakke punten: bijvoorbeeld de ventilator. Daar hoopt zich stof op dat regelmatig moet worden verwijderd, omdat het apparaat anders oververhit raakt. Vervelend is alleen dat de gebruiker dat meestal niet weet en daarover ook geen informatie krijgt. Zelfs als hij het zou weten en het gebrek zou willen verhelpen, krijgt hij vaak niet eens de kans, omdat hij niet bij de ventilator kan. Verder kan het voorkomen dat de BIOS-batterij simpelweg defect is. Deze kost ongeveer een euro, maar zorgt er bij een defect voor dat de laptop niet meer opstart en vaak al snel met het elektrisch afval verwijderd wordt.

Ook bij de auto, voor velen hun kostbaarste bezit, valt het op dat hij niet meer zo lang meegaat als vroeger. Waar vroeger de oude Mercedes W123 reed en reed en reed, gaan hedendaagse auto’s snel kapot en zijn ze niet meer zo eenvoudig zelf te repareren. De oude Benz rijdt overigens nog steeds rond: in Afrika, waar hij heel graag als taxi wordt gebruikt – en zelfs op koolzaadolie of oud frituurvet rijdt.

© art_zzz – stock.adobe.com

Misschien heb je ook al eens na het openen van het vriesvak van de koelkast of van de wasmachine met de deurgreep in de hand gestaan, hoewel je helemaal geen woesteling bent? Deurgrepen bij elektronische apparaten zijn vaak een zwak punt. Bij een defect hoeft weliswaar niet het hele apparaat te worden vervangen, maar wel de hele deur. Dit kost doorgaans veel meer dan wat de deurgreep waard is. Soms is het echter ook zo dat de nieuw gekochte deur van het vriesvak niet meer goed kan worden afgedicht, waardoor er sprake is van overmatige ijsvorming binnenin. Hier heb je de keuze: je neemt de energieverspilling voor lief – of je kijkt naar een nieuwe koelkast om. En dan gewoon niet meer met zoveel kracht de deur openen. Easy peasy, toch?

Zelfs bij tandpasta is er sprake van gepland verbruik. De openingen van de tubes worden almaar groter gemaakt, zodat er opeens meer tandpasta uitkomt dan je eigenlijk wilt. Dit fenomeen wordt wel het verkorten van de verbruiksduur genoemd.

Is dat opzet?

Dat de grootte van de opening op een bepaalde manier is gepland, bevestigt professor Albert Albers, hoofd van het Institute of Product Engineering (IPEK) aan het Karlsruher Institute for Technology. Hij legt uit dat producenten absoluut plannen hoelang een product meegaat. Ze ontwerpen een gebruiksscenario voor bepaalde klantgroepen en berekenen op grond daarvan de gebruiksduur van het apparaat. Op basis van deze berekeningen plannen constructeurs de onderdelen van een apparaat: de kwaliteit, de capaciteit – beide stemmen ze af op de geplande gebruiksduur. Vaak is niet het doel om het apparaat zo goed als mogelijk te bouwen, maar zo goed als noodzakelijk. Al het andere betekent onnodig hoge kosten.

Dit bevestigt het telefoontje van een klant met de smartphoneaanbieder HTC: van een servicemedewerker kreeg hij de informatie dat apparaten zijn gemaakt voor een gebruikscyclus van twee jaar. Toen de Stiftung Warentest vervolgens de producent opbelde, wilde men echter deze uitspraak niet officieel bevestigen.

Ook het ‘Umweltbundesamt’ (centraal adviesorgaan op het gebied van het milieu voor de Duitse regering), stelde weliswaar vast dat producenten vooraf de levensduur van producten bepalen, maar wilde toch niet spreken van geplande veroudering, waar het in deze kwestie vanuit het oogpunt van de consument echter wel op neerkomt.

Groeien, altijd blijven groeien

De toegenomen consumptie en daarmee het steeds aanschaffen van nieuwe modellen van apparaten zwengelen de productie aan. En zorgen ervoor dat de economie groeit en bloeit. Dat maakt zelfs groei mogelijk waarvan bij een natuurlijke ontwikkeling, zonder geplande veroudering, helemaal geen sprake meer zou kunnen zijn. Steeds veranderende modeverschijnselen wakkeren deze tendens aan. Maar ook onze ‘Gierigheid maakt gelukkig’-mentaliteit: overal zijn koopjes te vinden, en wie iets op de kop weet te tikken, voelt zich goed. Het maakt niet uit, hoelang het apparaat uiteindelijk meegaat. Door het samenwerken van deze factoren komen producten met een geringe levensduur tot stand. Natuurlijk heeft deze kunstmatig gecreëerde groei ook voordelen die niet zo snel van de hand kunnen worden gewezen: een verhoogde productie creëert banen. Breng daar maar eens iets tegenin …

© fotomek – stock.adobe.com

Complottheorieën

Apparaten met een ingebouwde vervaldatum – dat klinkt bijna als een complot. Wat nog niet eens zo verkeerd gedacht is: in 1924 werd het Phoebus-kartel opgericht, waartoe toonaangevende producenten van gloeilampen behoorden. Onder elkaar spraken ze af om de gebruiksduur van peertjes te beperken tot duizend uur.

Zes jaar later was er onder politici en economen sprake van het idee om door middel van geplande veroudering uit de economische depressie in de Verenigde Staten te komen.

Toch blijft het moeilijk om te bewijzen dat producenten opzettelijk apparaten creëren om consumenten te misleiden.

Kortere eerste gebruiksduur

In opdracht van het ‘Umweltbundesamt’ werd er onderzoek gedaan naar geplande veroudering. Daaruit bleek dat de zogenoemde eerste gebruiksduur met name van televisies, maar ook van wasmachines, wasdrogers en koelkasten is afgenomen vergeleken met vroeger. De apparaten zijn niet meer zolang bruikbaar als dat nog het geval was in de tijd van onze ouders of grootouders. Vooral wasmachines, wasdrogers en koelkasten zijn vaak binnen vijf jaar kapot en moeten dan worden vervangen.

Desondanks komt het ‘Umweltbundesamt’ niet tot de conclusie dat de kortere levensduur van producten door ingebouwde gebreken tot stand komt.

Wat is de rechtspositie?

Stefan Schridde, oprichter van de vereniging ‘Murks? Nein danke!’ (Knoeiwerk? Nee bedankt!) en auteur van het gelijknamige boek, zegt dat in de meeste gevallen bewuste nalatigheid een rol speelt. Dankzij de huidige techniek zouden de meeste producten decennialang, zelfs eeuwen in gebruik kunnen zijn. Toch is het moeilijk te bewijzen dat de slijtage productoverstijgend door de industrie was gepland. Hoewel bedrijven flink verdienen aan de geplande veroudering, wordt de handelwijze in Duitsland niet beboet. Ook al wordt daadwerkelijk elke consument ermee geconfronteerd.

© BillionPhotos.com – stock.adobe.com

Het zou misschien theoretisch mogelijk zijn om de producenten te beschuldigen van vernieling of beschadiging van goederen. Daaronder valt namelijk ook het onbruikbaar maken van goederen. Dan zou echter wel moeten worden bewezen dat zij dit met opzet hebben gedaan. Dat zou bijvoorbeeld het geval zijn als hittegevoelige chips op een plek worden ingebouwd waar het zeer heet is, terwijl er ook genoeg plekken met een koelere temperatuur waren waar ze ook ingebouwd hadden kunnen worden. Of als de producent heeft afgezien van hitteresistente chips die ongeveer even duur zijn.

Als de Stiftung Warentest echter de slijtage van een wasmachine gedurende tien jaar zou willen controleren, zou ze die in het testcentrum negen maandenlang zonder onderbreking moeten laten draaien. De kosten daarvan zouden de spuigaten uitlopen. Televisies, smartphones, laptops etc. onderwerpt de Stiftung Warentest doorgaans niet aan duurtesten, want dat zou ongeveer anderhalf jaar duren. Na afloop van de testen zouden sommige apparaten niet eens meer te koop zijn – er zouden al lang opvolgers op de markt zijn.

Het kan wel!

Frankrijk heeft in het kader van de Franse energietransitiewet de geplande veroudering strafbaar gesteld. De wet is sinds 2015 van kracht en moet de overproductie en de overmatige consumptie een halt toeroepen. Er staan gevangenisstraffen van maximaal 2 jaar, boetes ter hoogte van 300.000 euro of zelfs 5 procent van de jaaromzet op.

Het is bijvoorbeeld verboden om afdichtingsringen van kunststof in apparaten in te bouwen als er net zo goed gebruik zou kunnen worden gemaakt van metalen ringen. Bovendien is het verplicht om te vermelden of er voor een bepaald apparaat überhaupt reserveonderdelen beschikbaar zijn. Ook producten die niet meer gerepareerd kunnen worden, zijn in Frankrijk taboe.

© Quality Stock Arts – stock.adobe.com

Bovendien is het ook verboden om niet verkochte goederen te verwijderen – ze moeten weer te koop worden aangeboden. In Duitsland was dit tot voor kort nog anders: daar belandden teruggestuurde goederen vanwege de kosten vaak op de vuilnisbelt.

De Franse wet dient vooral als een signaal richting de producenten, want natuurlijk is het ook in dat land moeilijk om de geplande veroudering aan te tonen. Ook daar geven de bedrijven als argument dat het door de druk van de concurrentie nodig is om goedkopere onderdelen te gebruiken. En ook in Frankrijk wordt graag de werkgelegenheid als argument gegeven.

Toch heeft de organisatie ‘Halte à l’Obsolescence Programmée’ (HOP, in het Nederlands ‘Stop met de geplande veroudering’) al iets bereikt: ze heeft het bedrijf Apple aangeklaagd. Daarbij ging het om de modellen 6, 6S, SE en 7 van de iPhone die na verloop van tijd steeds langzamer werden en andere functionele gebreken vertoonden. Omdat de verlangzaming chronologisch samenviel met het verschijnen van de nieuwe modellen 8 en X, besloten veel gebruikers om op de nieuwe modellen over te stappen. HOP kreeg het voor elkaar dat Apple 25 miljoen euro aan schadevergoeding betaalde.

© Paul – stock.adobe.com

Verder heeft HOP de printerproducent Epson aangeklaagd. De printers van het bedrijf geven namelijk aan dat de cartridges leeg zijn, terwijl ze nog voor 20 tot 50 procent gevuld zijn. De uitkomst van deze aanklacht moet nog worden afgewacht.

En het milieu?

Afgezien van het feit dat consumenten door de geplande veroudering financieel worden belast, heeft ze ook enorme gevolgen voor het milieu en de maatschappij. Ze draagt niet alleen bij aan de milieuvervuiling en het vergroten van het afvalprobleem, maar ook aan de verspilling van grondstoffen en energie. Daarbij komen de sociale effecten: om steeds sneller en voordeliger te produceren, verplaatsen veel bedrijven hun productie naar lagelonenlanden, waar de arbeidsomstandigheden catastrofaal zijn.

© Blue Planet Studio – stock.adobe.com

Hoe nu verder?

Ook al hebben consumentenorganisaties uit Frankrijk een eerste overwinning behaald, omdat geplande slijtage in dat land niet meer alleen civielrechtelijk wordt afgedaan, maar ook als een vorm van fraude wordt aangemerkt die strafrechtelijke gevolgen kan hebben, zijn hun vorderingen toch nog niet uitgeput. Ze willen graag dat de looptijd van de garantie tien jaar wordt en dat producenten ertoe worden verplicht om reserveonderdelen beschikbaar te stellen. Ook Duitse consumentenorganisaties streven ernaar dat deze kunstmatig gecreëerde vraag op de markt een halt toegeroepen wordt. Want de effecten zijn niet echt sociaal. Ten eerste kunnen mensen met een laag inkomen zich geen producten van goede kwaliteit veroorloven en kopen goedkope producten. Daarvoor worden ze dubbel gestraft: de apparaten gaan niet lang mee en moeten al na korte tijd opnieuw worden aangeschaft.

Ten tweede eisen de consumentenorganisaties dat de levensduur van de apparaten transparant moet zijn, zodat de levensduur een aankoopcriterium kan worden. Op dit gebied heerst tot op heden volledige onduidelijkheid.

Om de geplande veroudering zelf verouderd, dus overbodig, te maken, moet er echter een omdenken plaatsvinden, een omzetting van het huidige economische model in een kringloopeconomie. Daarvoor zet zich onder andere de bovengenoemde vereniging ‘Murks? Nein danke!’ in. Het model behelst een beperkte productie van goederen die rekening houdend met ecologische aspecten lokaal worden geproduceerd en van hoge kwaliteit zijn. Deze wijze van functionele, sociale en solidaire samenwerking zou nieuwe banen creëren, bijvoorbeeld op het gebied van reparatie en onderhoud, recycling, duurzaamheid en in de dienstverlenende sector.

© ferkelraggae – stock.adobe.com

Achterhaalde modellen herzien

Niet alle innovatieve ideeën zijn stappen in de goede richting. Natuurlijk moet je het nalaten om om de zoveel maanden je mobiel door een nieuwe te vervangen. Aan de andere kant zorgen echte innovaties al voor vooruitgang: op een e-reader passen in theorie duizenden boeken; zo bespaar je niet alleen ruimte in de boekenkast, maar hoef je als boekenwurm ook niet meer stapels boeken mee te nemen op vakantie.

Een andere trend moet eveneens met een zekere mate van scepsis worden bekeken: die van de intelligente apparaten. Aan de ene kant is een koelkast met wifi, een touchscreen en een ingebouwde camera echt een vooruitgang en gemak, aan de andere kant verkorten juist deze elementen zijn gebruiksduur. Terwijl de koelkast zelf maar liefst 15 jaar zou kunnen meegaan, is dat nu juist bij de moderne onderdelen niet het geval, want IT-onderdelen gaan simpelweg niet zolang mee. Waardoor de connectiviteit van huishoudelijke apparaten met het internet der dingen niet onproblematisch is.

Service ‘wassen’

Professor Michael Braungart, die leiding geeft aan het bedrijf EPEA Internationale Umweltforschung, stelt voor dat producenten niet alleen de apparaten verkopen, maar ook de daaraan gekoppelde service. Dat zou bij een wasmachine de service ‘wassen’ zijn, waaronder ook het repareren, vervangen en recyclen van het apparaat zou vallen. Dit principe zou ervoor zorgen dat producenten uit eigen belang zorgen voor een goede kwaliteit van het product, zodat ze het niet vaak hoeven te repareren of voortijdig hoeven om te ruilen. Ze zouden dan ook hun best doen om ervoor te zorgen dat producten goed te recyclen zijn, zodat het niet gepaard gaat met hoge kosten. Uiteindelijk zou dat alles bij elkaar het product goedkoper maken. Van dit ‘cradle tot cradle’-principe, zoals Braungart het noemt, zou alles en iedereen profiteren – ook het milieu.

© Africa Studio – stock.adobe.com

Acute maatregelen

Er zal vast en zeker tijd overheen gaan, totdat het omdenken heeft plaatsgevonden. Maar wat kan jij tot die tijd doen om geen slachtoffer te worden van de geplande veroudering?

Allereerst zou je geen goedkope producten meer moeten kopen. Want wat je misschien al hebt vermoed, klopt echt: goedkope producten gaan niet zolang mee als dure. Het loont vaak de moeite om meer te betalen. Veel bedrijven bieden bij IT-apparaten vaak businessversies aan voor professionele gebruikers. Deze versies zijn doorgaans van betere kwaliteit. Hetzelfde geldt voor keukenapparatuur en gereedschap; op die gebieden bestaan ook varianten voor professioneel gebruik, bijvoorbeeld voor de horeca of vaklieden.

De firma Bosch verkoopt twee soorten gereedschap: groen voor de doe-het-zelver, blauw voor de professionals. Modellen voor beginners heeft het bedrijf onder de merknaam Skil verkocht. Hier konden de gebruikers kiezen: als hij het apparaat slechts zo nu en dan wilde gebruiken, dan was een voordelig Skil-apparaat goed genoeg. Als hij doe-het-zelver was, kon hij beter voor de groene variant gaan. Als hij grote klussen ging aanpakken, dan was blauw toch de betere keuze.

© New Africa – stock.adobe.com

Natuurlijk geldt in dit geval ook: uitzonderingen bevestigen de regel. Helaas kom je zo nu en dan ook apparaten tegen die niet deugen. Verder moet je je er altijd bewust van blijven dat je bij een apparaat van een Duits traditioneel bedrijf niet altijd aan de veilige kant zit. Diverse gerenommeerde bedrijven bestaan niet meer – soms zijn alleen nog de licenties in omloop, zodat je ondertussen ook op een of ander goedkoop product kunt stuiten dat een bekende merknaam draagt.

Als je online koopt, moet je op de recensies letten en gericht zoeken naar de beoordelingen met weinig sterretjes. Als gebreken vaker worden genoemd, kun je maar beter het product links laten liggen. Ook serieuze consumentenportalen geven informatie over welke apparaten snel verslijten. Je zou ook specifiek naar producten met het HTV-life-keurmerk kunnen zoeken. Dat keurmerk krijgen alleen apparaten waarbij geen sprake is van geplande veroudering.

Het beste devies luidt sowieso: zelf maken of repareren!

© golubovy – stock.adobe.com

Overigens: de vieze plakkerige behuizingen worden weer netjes met acetonvrije nagellakremover. Haperende printers kun je resetten, zodat ze weer als nieuw printen. Handleidingen daarover vind je op internet, bijvoorbeeld in het portaal IFIXIT voor doe-het-zelfreparaties.

Geen geplande veroudering bij QUADRO

Bij QUADRO is nooit sprake geweest van geplande slijtage en daarvan zal ook nooit sprake zijn. Onze buizen, panelen en verbindingen zijn sterk genoeg om bestand te zijn tegen generaties vrolijk ravottende kinderen; ze zijn zo goed als onverwoestbaar.

QUADRO model uit 1979 (foto uit 2013)

De extra componenten van stof worden weer schoon in de wasmachine en gaan technisch gezien zolang mogelijk mee.

QUADRO is milieuvriendelijk

De materialen zijn milieuvriendelijk: QUADRO bestaat alleen uit de twee bestanddelen PP (polypropyleen, recyclingcategorie 5) en HDPE (hoge dichtheid polyethyleen, recyclingcategorie 2). Beide kunststoffen gelden als veilig, niet-giftig en milieuvriendelijk en worden daarom gebruikt voor het verpakken van levensmiddelen. Polypropyleen hoort bij de meest neutrale kunststoffen, omdat het slechts uit twee bestanddelen bestaat: koolstof en waterstof.

QUADRO is veilig

Wij hebben QUADRO zo geconstrueerd dat het de Europese veiligheidseisen aan speelgoed zelfs overtreft. Een overzicht van de veiligheidscertificaten vind je hier. En natuurlijk zijn al onze constructies ook vrij van schadelijke stoffen als PVC, BPA, PAK’s, ftalaten en lood.

Compatibiliteit

Bij het verder ontwikkelen van QUADRO hebben wij bewust erop gelet dat de nieuwere onderdelen compatibel zijn met de heel vroege versies. Dat houdt in dat je sets uit de jaren 80 – of nog de originele sets uit 1979 – prima kunt combineren met de actuele bouwpakketten en uitbreidingen. Zodra jouw kinderen QUADRO ooit ontgroeid zijn, heeft de volgende generatie er plezier van.

QUADRO model uit 1984 (foto uit 2014)

Daar komt nog bij dat je voor elk bouwpakket ontelbare spannende constructiemogelijkheden vindt. Laat je inspireren door de ideeën in onze modellendatabank (MDB) of gebruik je fantasie en bouw je eigen model. Op die manier hebben jouw kinderen altijd weer nieuwe speelmogelijkheden – ze zullen zich gegarandeerd niet vervelen.

UV-bescherming

Om ervoor te zorgen dat de kleuren lang mooi blijven, zijn alle QUADRO onderdelen speciaal geverfd en hebben ze UV-bescherming. Hierdoor gaan ze veel langer mee dan gangbare onderdelen van kunststof. Daarom kun je jouw QUADRO zonder problemen in de winter buiten laten staan. Als je echter zeker weet dat jouw kinderen het model niet langer zullen gebruiken, is het raadzaam om het uit elkaar te halen, op volledigheid te controleren, schoon te maken en het vervolgens op te slaan – zodoende blijft de glans lang behouden.

Bescherming tegen chloor en zout water

Ten slotte is jouw QUADRO bestand tegen zuren en basen, zout en logen, zodat je de constructie zonder problemen in het zwembad kunt zetten, bijvoorbeeld als je een glijbaan eraan monteert. De onderdelen kunnen ook goed tegen vet en vuil. Ze kunnen zonder moeite met gewone reinigers worden schoongemaakt. Nadat de constructie het grootste gedeelte van het jaar in de tuin heeft gestaan, kun je haar in de winter weer gebruiken in de kinderkamer.

Omdat wij zo overtuigd zijn van alles wat wij hebben geproduceerd, krijg je 6 jaar garantie op alle buizen, panelen, verbindingen, schroeven en sleutels van QUADRO!

QUADRO model uit 1984 (foto uit 2014)

Laat een reactie achter

Opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd