Rotate! Meer veiligheid in het water voor de kleintjes

Rotate! Meer veiligheid in het water voor de kleintjes

Misschien ken je het wel: je bent met je gezin op vakantie, zit bij het zwembad – en de hele tijd ben je onrustig, omdat je bang bent dat er in een moment van onoplettendheid iets kan gebeuren. Onterecht? Helaas niet. In 2019 zijn wereldwijd 236.000 mensen verdronken. Vooral kinderen lopen gevaar.[1] Daarom zou het toch prettig zijn als de kleintjes zich in geval van nood zelf kunnen redden. Hoe dat al vanaf een leeftijd van 6 maanden mogelijk is, vertellen we je in dit artikel.

In Duitsland leren kinderen normaal gesproken op een leeftijd van 4 of 5 jaar zwemmen – best wel laat als je naar de bovenstaande cijfers kijkt. In het zwembad of bij een open water kan er snel iets gebeuren. Alina, zwemjuf uit passie, wilde daar graag verandering in brengen. Daarom richtte ze de zwemschool Otterkids op. De Otterkids leren met ongebruikelijke methodes, maar zijn daarmee heel succesvol. De kinderen worden niet zomaar in het water gegooid, zoals je soms wel hoort, in de hoop dat ze zich wel op de een of andere manier boven water weten te houden. Nee, Alina begint heel behoedzaam, maar juist omdat ze stapje voor stapje te werk gaat, kan ze zo vroeg beginnen.

Sommige kinderen die bij Alina komen, hadden daarvoor vrijwel geen contact met water of hebben zelfs watervrees. Zij mogen eerst een tijdje in het water spelen en spetteren, voor het “echte” werk begint: dan is zelfredding aan de beurt. Dat klinkt ingewikkeld, maar is eigenlijk heel eenvoudig. In principe gaat het erom zich in het water zo om te draaien dat je op je rug ligt en weer adem kunt halen – en dan laat je je gewoon drijven tot er hulp komt. Bij de beginnerscursus, waaraan ieder kind vanaf een leeftijd van zes maanden samen met mama of papa kan deelnemen, staan eerst oefeningen boven het wateroppervlak op het programma: “Hoe kun je het beste draaien?” – dat is de belangrijkste vraag. Daarna oefenen ouders en kinderen dit in het water. Alina legt uit en moeder en kind doen het na. Het is een zeer intensieve training, want terwijl Alina rondloopt en hier en daar tips geeft, oefenen de gezinnen verder. Daarom duurt de les ook maar een half uur; dat is ook ongeveer de tijdspanne waarin een kind van die leeftijd de concentratie kan vasthouden. En op een keer is het dan zover: het kind kan zelfstandig draaien en op de rug blijven drijven, heeft vertrouwen in de eigen vaardigheden en vaak zelfs zijn of haar liefde voor het element water ontdekt.

Deze methode wordt vooral in de Verenigde Staten toegepast, waar veel mensen een zwembad in de tuin hebben. Daarom is het heel belangrijk dat kinderen daar kunnen zwemmen. Want verdrinkingsongevallen tijdens het zwemmen komen vaker voor dan je denkt, zelfs in ondiep water. Een kind dat in een zwembad of een meertje valt en de omgang met water niet heeft geoefend, wordt door de situatie overmand en weet niet hoe het moet reageren. Het heeft niet geleerd hoe het zich in deze situatie kan redden. Daarom zijn er in de Verenigde Staten, in Nederland, in Zwitserland en in Engeland veel vlijtige zwemleerlingen die jonger zijn dan 1 jaar. In Duitsland is het concept van het vroege zwemmen nog relatief nieuw.

Als het kind de zelfredding onder de knie heeft en een klein “drijfexamen” heeft afgelegd, kan het zonder mama en papa verder oefenen. Zodra het kind begint te lopen, kan het ook borstcrawl leren – verbazingwekkend maar daadwerkelijk haalbaar. Want de beweging van de benen tijdens het crawlen lijken op die van het lopen. De armslagen laten de kinderen in het begin weg. De armen liggen langs het lichaam of worden boven het hoofd uitgestrekt, zodat het kind zich als een soort pijl door het water boort – in welke richting dan ook. Het hoofd is onder water. Zo leert het kind zich in een horizontale positie te houden, want deze is het beste geschikt om zich in het water voort te bewegen. Zodra de adem op is, draait het kind zich weer op de rug, zoals het dat al eerder heeft geleerd. Of het zwemt gewoon gelijk op de rug – wat bovendien veel minder vermoeiend is dan bijvoorbeeld de schoolslag. En op de rug zwemmen kan ook echt ieder kind.

Stukje bij beetje leren de kinderen om in plaats van op de rug te gaan liggen, aan de zijkant te ademen, zoals dat bij het “echte” crawlen gebruikelijk is. Vanaf een leeftijd van 3 tot 5 jaar komen dan de armslagen erbij. Als de kleintjes dan nog zin hebben om door te gaan – en dat hebben ze meestal wel! – komen de klassieke zwemtechnieken aan bod, maar ook deze worden aan de hand van een doordacht systeem, de zogenaamde Smartfish-methode, geleerd.

Dat betekent dat de zwemtrainster iedere beweging in stukjes verdeelt en deze afzonderlijk met de kinderen oefent. Zo krijgen ze bijvoorbeeld soms zwemvinnen aan hun voeten, zodat ze niet zoveel kracht met de benen hoeven uit te oefenen en zich beter op hun armen kunnen concentreren. Pas als ze alle afzonderlijke delen beheersen, wordt alles gecombineerd. Zo leren ze de beweging vanaf het begin op de juiste manier uit te voeren, waardoor het zwemmen later veel eenvoudiger wordt. Om ervoor te zorgen dat bij zoveel technische zwemtraining het plezier niet te kort komt, maakt Alina gebruik van glijbanen, boten en ander speeltoestellen, omdat ze weet dat kinderen het beste leren als het op een speelse manier gebeurt.

Daarom horen sinds kort twee QUADRO Aquaplatformen tot de uitrusting van Alina. De zwemscholiertjes konden het nauwelijks geloven toen ze het klimrek in het water zagen – dit kenden sommigen alleen uit hun eigen tuin! De kleur viel in elk geval gelijk in de smaak. En ze hadden eindelijk iets wat ze tijdens het zwemmen konden bekijken en aansturen. Op die manier was het gemakkelijker het hoofd niet uit het water te steken.

Alina had het al eerder met andere onderwaterconstructies geprobeerd, maar er begon altijd wel iets te wiebelen; de constructies waren niet stabiel genoeg. Sinds ze QUADRO heeft, is ze meer dan tevreden. De beide platformen kunnen eenvoudig in elkaar worden gezet en gewichten op de bodem van het zwembad zorgen ervoor dat de constructie niet opstijgt. Na de zwemles kan Alina de constructies er ook heel eenvoudig weer uithalen, omdat ze zo licht zijn.

Een van de beide constructies heeft een soort plaat die eenvoudig kan worden gemonteerd en weer kan worden verwijderd. Deze hebben wij speciaal voor Alina aan de hand van haar wensen en eisen gemaakt. Daardoor zijn verschillende hoogtes mogelijk – passend bij de desbetreffende leeftijdsgroep. Het hogere platform is voor kinderen die wat banger zijn. Als de kinderen daarop zitten, lijkt het bijna alsof ze thuis in de badkuip zitten. Zo ver bovenin kun je ook heel goed het draaien oefenen.

Als je het bovenste platform verwijdert, blijft een constructie voor grotere kinderen over. Door de beide treden, die een soort tussenniveau vormen, wordt de afstand tot de ondergrond kleiner en kunnen beginners gemakkelijker aan de diepte wennen.

Deze zwemlesmethode heeft Alina leren kennen, toen ze tien jaar in de Verenigde Staten woonde. En ze was er meteen van overtuigd: “In Duitsland begint men meestal met de schoolslag. Dat vind ik niet zo zinvol. Want ten eerste zakken de benen naar beneden, zodra het hoofd boven het water uitsteekt, en ten tweede heb je voor de schoolslag een goed coördinatievermogen nodig. Bij veel kinderen die deze slag proberen te leren, ontbreekt bijvoorbeeld de gehele glijfase, die niet alleen voor deze zwemstijl kenmerkend is.” Daarom let zij naast alle andere elementen van het zwemmen ook op een effectief ritme, zodra de klassieke zwemtechnieken worden geleerd.

In het plaatsje Horst, in de buurt van Elmshorn in Sleeswijk-Holstein, kende voordien niemand deze zwemlesmethode. Het gaat er vaak ook vrij onconventioneel aan toe: de kinderen waren bijvoorbeeld verrast toen de zwemjuf ze op een dag uitnodigde ook eens met hun gewone kleren het water in te gaan. “Noodsituaties treden meestal op als je net even geen zwemkleding aan hebt”, weet Alina. Natuurlijk vonden de kinderen het eerst wat onwennig om helemaal aangekleed te gaan zwemmen. “Kan ik dat wat ik tot nu toe heb geleerd dan eigenlijk nog wel?” – dat was de vraag. Alles voelde zo anders; men kon zien dat ze zich onzeker voelden. Maar al snel merkten ze dat ze het in ieder geval konden. En toen de kinderen met Halloween in kostuums mochten komen, was het ijs gebroken. Ze hadden dikke pret. Daarom heeft Alina ook een lange wachtlijst, hoewel ze niet eens reclame maakt.

Bij Otterkids zijn allen welkom, zelfs kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Daarvoor heeft ze een extra bijscholing als Swim Whisperer gevolgd. En soms komen zelfs ouders met grotere kinderen die ze voor een zwemcursus willen aanmelden – bijvoorbeeld als het kleine broertje of zusje dat bij Alina heeft leren zwemmen, het beter kan dan de grote broer of zus. Ook dat gebeurt weleens.

De sympathieke zwemjuf heeft een missie: ze wil dat het rotatiezwemmen in Duitsland en in Europa meer bekendheid krijgt, zodat alle kinderen – de kleintjes en de groteren – in het water veilig zijn en hun ouders zich niet meer ongerust hoeven te maken.

Meer informatie over het belang van zwemmen vind je in ons artikel “Zwembad met glijbaan: dikke pret, belangrijk voor de ontwikkeling”.

En hier kom je terecht bij Alina’s Otterkids.

 

Drowning. World Health Organization, 27.04.2021

Laat een reactie achter

Opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd